Inleiding
De impact van oorlog sijpelt binnen in de verschillende lagen van de samenleving, zowel op politiek, economisch als op sociaal vlak. Zo ook op vlak van het recht, meer bepaald van het eigendoms- en familierecht. Familierecht is een rechtstak die uiterst gevoelig is aan maatschappelijke veranderingen en onophoudelijk flexibel genoeg moet zijn om mee te evolueren met en zich te adapteren aan de noden van de samenleving. Het kan dan ook niet anders dan dat de moeilijke omstandigheden, voortgebracht door de oorlog, het Belgische familierecht grondig hervormd hebben en de gevolgen hiervan doordrongen tot op de stoel van de wetgever. Men moest het hoofd bieden aan nieuwe maatschappelijke problemen, verbonden aan de oorlog, en men verwachtte dat het familierecht hieraan zou tegemoetkomen. In deze uiteenzetting wordt dieper ingegaan op enkele familiaal- en eigendomsrechtelijke aspecten die beïnvloed werden door de Eerste Wereldoorlog, die België en bij uitbreiding Europa bijna op de knieën kreeg… maar toch net niet.
Hiervoor kijken we in eerste instantie naar het Belgische Burgerlijk Wetboek, dat de fundamenten legde voor het privaatrecht. Toen Napoleon in 1804 zijn Code Civil invoerde, behoorden onze gebieden tot het Franse rijk en werd daarom zijn burgerlijk wetboek ook bij ons gebruikt. Ook tijdens het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en na de Belgische onafhankelijkheid in 1830 bleef nog lange tijd de invloed van Napoleon voelbaar in het privaatrecht. Dit wordt ook door Johan VAN DE VOORDE beschreven in zijn artikel ‘Zijn de Belgen Napoleons trouwste onderdanen? Een onderzoek naar de mogelijke opheffing van de Code Napoléon in België en zijn vervanging door het Burgerlijk Wetboek van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden’.
Het huwelijk met de handschoen
De wet van 20 oktober 1897 betreffende de bevoegdheid van de consul inzake burgerlijke stand en notariaat (Bron: Pasinomie)
Het statuut van wettige kinderen versus natuurlijke kinderen
België kent, zoals vele (katholieke) landen, een pijnlijke geschiedenis wanneer het gaat over de discriminatie van natuurlijke kinderen, waaraan pas echt een einde leek te komen door het befaamde arrest Marckx in 1979, waarover SAMOY een interessant artikel schreef. In Duitsland werd dit probleem reeds van de baan geschoven met de Weimargrondwet van 1919, maar België scheen hiervoor wat langer nodig te hebben.
De echtscheiding
Het statuut van de Belgische vrouw die getrouwd was met een Duitse man en de gevolgen voor haar eigendomsrecht
Belgische vrouwen werden voor een hartverscheurende keuze gesteld: of ze werden verbannen naar Duitsland of ze moesten scheiden van hun geliefden om ervoor te zorgen dat ze hun goederen niet kwijtraakten en in het land mochten blijven wonen. Zij die een scheiding wouden, kregen die zeer snel van de rechtbanken, want men zag dit als een teken van vaderlandsliefde, anderen argumenteerden dat het net door hen kwam dat hun mannen niet de Duitse vlag, maar de Belgische in het hart droegen.
De vraag stelt zich zoveel jaren later of deze sancties opgelegd aan deze vrouwen wel terecht waren. Hun enige ‘misdrijf’ was verliefd worden op een Duitse man lang voor de oorlog uitbrak. Deze liefde eiste een zware tol van deze vrouwen. Zij heulden niet mee met de Duitse bezetter, zij hielpen geen Duitse soldaten (wat trouwens wel een grond tot scheiding was voor een Belgische man getrouwd met een Duitse vrouw)… Op geen enkele manier was er een gebrek aan loyaliteit aan hun vaderland vast te stellen en toch werden zij zo behandeld.
Galina Hermans
English abstract
The First World War profoundly affected Belgian society, generating legal challenges that extended far beyond the battlefield and into the domains of family and property law. This contribution by VUB student Galina Hermans examines how wartime circumstances exposed the limitations of the Belgian Civil Code and prompted legal adaptations designed to address unprecedented social realities. Drawing upon legislative sources, contemporary legal doctrine, and historical scholarship, it explores the interaction between war and private law through four case studies: marriage by proxy, the status of children born outside marriage, divorce, and the property rights of Belgian women married to German nationals.
The analysis begins with marriage by proxy, a legal institution revived during the conflict to enable soldiers and prisoners of war to marry despite physical absence. Inspired by earlier legislation concerning consular authority, Belgian lawmakers adopted measures allowing proxies to represent absent spouses, thereby safeguarding both family formation and access to social protections such as widows’ pensions. The article then examines the difficulties faced by children born out of wedlock during wartime. Given the frequent separation of couples and the disruption of ordinary family life, mechanisms of legitimation acquired renewed importance. Belgian law relied on traditional concepts derived from canon law, while developments in neighbouring France offered additional models for addressing questions of filiation and inheritance.
A third section considers the impact of the war on divorce law. The return of traumatised soldiers, combined with the social and economic hardships experienced on the home front, led to demands for simplified divorce procedures. Although legislative initiatives sought to reduce procedural delays for veterans, political circumstances ultimately prevented their permanent adoption. The discussion illustrates the tension between legal continuity and the perceived need for exceptional wartime measures.
Finally, Galina's contribution investigates the consequences of post-war anti-German policies for Belgian women married to German nationals. Because married women automatically acquired their husband’s nationality, many found themselves classified as enemy nationals after 1918. Confiscations of German property, inspired by the Treaty of Versailles, placed these women in a precarious position, often forcing them to choose between divorce and expulsion. Their situation reveals the extent to which nationality, family status, and property rights became intertwined during and after the conflict.
Taken together, these examples demonstrate that the First World War transformed Belgian private law not merely through formal legislative reform, but by compelling legal institutions to respond to new social realities. The conflict thus highlights the capacity of family and property law to adapt to periods of profound societal disruption.
Bronnen en bibliografie
(1) Rechtspraak
EHRM 13 juni 1979, 6833/74, ‘Marckx v. België’.
(2) Rechtsleer
CAESTECKER F., ‘Private property or enemy property: how parliament confiscated the property of the stateless of German origin in Belgium (1918-21)’, European Review of History: Revenue européenne d’histoire 21 april 2021, 220 -239, DOI 10.1080/13507486.2020.1856041.
CAESTECKER F. en ROOBROUCK T., ‘De jacht op de Duitsers in het bevrijde België, 1918 – 1925: De beschuldiging van collectief verraad door de Belgische Duitsers en Duitse Belgen getoetst’ in NEFORS P. en TALLIER P.-A. (Eds.), Quand les canons se taisent – En toen zwegen de kanonnen – When the Guns fall Silent. Actes du colloque international organisé par les Archives de l’Etat et le Musée royal de l’Armée et d’Histoire militaire, Rijksarchief, 2010, 225, http://hdl.handle.net/1854/LU-1088096.
DEVOS G., ‘Inwijking en integratie van Duitse kooplieden te Antwerpen in de 19de eeuw’ in SOLY H. en THIJS A.K.L. (Eds.), Minderheden in Westeuropese steden (16de – 20ste eeuw), Belgisch Historisch Instituut te Rome – Institut Historique Belge de Rome, 1995, 398, https://hdl.handle.net/1854/LU-249121.
DHONDT F., ‘Rechten en vrijheden in de Weimargrondwet: Overdraagbare Onvervulde Beloftes?’, Tijdschrift voor Mensenrechten 2026/23(4), DOI: 10.21825/tvmr.96283.
DUVERGIER, La Collection Complète des Lois, Etc., 1915, 113.
HEIRBAUT D., Redefining codification: a comparative history of civil, commercial, and procedural codes, Oxford University Press, 2025, DOI 10.1093/9780198947370.003.0001.
HEIRBAUT D. en MARTYN G. (eds.), Napoleons nalatenschap: tweehonderd jaar Burgerlijk Wetboek in België, Kluwer, 2005.
HENRIOUL N., ‘Echtscheiding in de Leuvense rechtspraktijk in de nasleep van de Groote Oorlog’, Pro Memorie 2021/ 23(2), 180, DOI: https://doi.org/10.5117/PM2021.2.004.HENR.
JANSSENS P., ‘Boekbespreking: Monika Triest & Guido van Poucke – Het grote taboe na de Grote Oorlog. De Belgische staat versus de adelijke familie Arenberg’, BTNG 2014/ 2-3, 270.
MULDER N., ‘A retrogade Tendency: The expropriation of German Property in the Versailles Treaty’, BRILL Journal of the History of International Law/ Revue d’histoire du droit international 2020/22(4), 50 DOI 10.1163/15718050-12340136.
SAMOY I., ‘30ste verjaardag van het arrest-Marckx’, T.Fam. 2009, 97-98.
TRIEST M. en POUCKE G., Het grote taboe na de Grote Oorlog: De Belgische staat versus de adelijke familie Arenberg, Davidsfonds Uitgeverij, 2013.
VANDENBOGAERDE S., ‘“Justice ou liberté?” De impact van de Eerste Wereldoorlog op het Belgische privaatrecht’, TPR 2018/ 1-2, 91-146 (126 -131).
VAN DE VOORDE J., ‘De vertegenwoordiging bij rechtsdaden. Een onderzoek naar de feitelijke handelingen met rechtsgevolg die rechtens hebben te gelden als de handeling van een ander’, TBBR 2020, afl. 8, 453.
VAN DE VOORDE J., ‘Het Burgerlijk Wetboek verklaard, 1865 – 1892. C.W. Opzoomer (1821 – 1892)’, Pro Memorie 2019, 112, DOI 10.5117/PM2019.2.024.VAND.
VAN DE VOORDE J., ‘Zijn de Belgen Napoleons trouwste onderdanen? Een onderzoek naar de mogelijke opheffing van de Code Napoléon in België en zijn vervanging door het Burgerlijk Wetboek van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden’, Pro Memorie 2017, 232.
VAN MELKEBEEK M., ‘Huwelijk en buitenechtelijke verhoudingen te Brussel in de vijftiende eeuw’, Tijdschrift van de Belgische Federatie van Universitair Gediplomeerde Vrouwen 1978/56, 7, http://hdl.handle.net/1854/LU-747960.


Comments
Post a Comment